TAXI DRIVER (Martin Scorsese, 1976)
Het is ondertussen al een jaar of 35 geleden, maar ik weet het nog precies. In Helmond, of all places, draaide in het filmhuis Taxi Driver, in een klassiekerreeks. Ik had de film al twee of drie keer gezien, maar wilde hem graag op het grote doek zien.
Het was alsof ik de film nooit eerder gezien had. Het was de eerste keer dat ik dat meemaakte, maar daarna gebeurde het me regelmatig. Ooit had ik een leraar (Willem de Greef), op de filmacademie in België, en die beweerde dat als je een film niet in de bioscoop, maar op televisie had gezien, je niet mocht zeggen dat je die film gezien had. Ik vond dat toen een beetje onzin, maar ik begrijp hem steeds beter.
Doordat ik zelf films vertoon in filmtheaters met Koolhovens Keuze, gebeurt het me steeds vaker dat ik een film vertoon die ik enkel thuis zag, soms zelfs meerdere keren, en soms zelfs op een groot scherm (ik heb al heel wat jaartjes een beamer), maar dat ik de film ervaar als nooit ervoor als ik hem op het échte grote doek zie.
Dat gebeurde me dus voor het eerst met Taxi Driver, het meesterwerk van Martin Scorsese dat dit jaar zijn jubileum heeft. In mei 1976 werd de film vertoond op het filmfestival in Cannes en toen deze uiteindelijk de Gouden Palm won, was er blijkbaar boegeroep, van luitjes die vonden dat de film te gewelddadig was.
Vijftig jaar later is duidelijk dat de jury het bij het rechte eind had. Taxi Driver is niet alleen een van de beste Amerikaanse films ooit gemaakt, het is ook een van de meest vooruitziende. Travis Bickle, de oorlogsveteraan (alhoewel dit in een essay wordt betwijfeld door Quentin Tarantino!) die 's nachts door een verrotte stad rijdt en langzaam doorslaat, is een personage dat je niet vergeet. Niet omdat hij sympathiek is, maar omdat Scorsese en scenarioschrijver Paul Schrader hem zo nauwkeurig hebben geobserveerd dat je hem herkent, ook als je liever zou willen van niet. Tegenwoordig noemen we iemand als hem een incel, maar blijkbaar bestaan die al heel lang.
De film werd gemaakt met een beperkt budget, in een New York dat zichzelf aan het opgeven was. Juist die omstandigheden gaven de film zijn onnavolgbare textuur: de stoom uit de putdeksels, de neonreflecties op het natte asfalt, de claustrofobische binnenkant van de taxi. Gordon Willis fotografeerde het als een nachtmerrie waar je niet uit wakker wordt, en Bernard Herrmann, in zijn allerlaatste filmscore, schreef muziek die bijna te mooi is voor wat er op het scherm gebeurt en juist daardoor onder je huid kruipt.
Robert De Niro is hier op het hoogtepunt van zijn kunnen, maar ook Jodie Foster (dertien jaar oud tijdens de opnames) en Harvey Keitel zijn onvergetelijk. Als je de film nog niet gezien hebt, moet je dat snel doen. Of dus eigenlijk: als je de film nog niet op het grote doek gezien hebt, moet je dat snel doen. Ideaal voor een filmclub om deze klassieker te programmeren!
Trailer: hier
Licentie: hier
Groet! Martin Koolhoven xxx!